Karina, zorgbeveiliger

In een zorginstelling hoort iedereen zich veilig te voelen. Soms staan veiligheid en zorg onder druk en vraagt dat extra aandacht, zoals in de daklozenopvang of in blijf van mijn lijf huizen.
Karina werkt als zorgbeveiliger zowel in de daklozenopvang als in een blijf van mijn lijf huis en vertelt welke invloed de pandemie op haar, haar werk en haar cliënten heeft. 

‘Het werken in de daklozenopvang is echt erg veranderd door de coronacrisis. Normaal gesproken draaide ik alleen de nachtdiensten. Dat is qua energie al pittig, maar nu word ik ook bij ochtend- of middagdiensten ingezet omdat het moeilijker is om de roosters kloppend te krijgen. En als zzp-er loop je misschien toch net wat harder. Dat onregelmatige trekt een flinke wissel op mijn energie, omdat ik geen ritme heb om op bij te kunnen tanken.
Mijn energie heb ik juist hard nodig, zéker nu! De mensen die gebruik maken van de daklozenopvang, zijn mensen die een rugzakje hebben; de meesten hebben een multi problematiek, zijn verslaafd of gedragen zich agressief. En vaak een combinatie daarvan.’
Waar de cliënten van Karina eerder van negen tot vier uur verplicht naar buiten gingen, een paar uurtjes dagbesteding hadden of werkten, zo blijven zij nu veelal binnen. De groep die gebruik maakt van de opvanglocatie waar Karina werkt, zo’n 18 tot 20 man, is multi cultureel. De verschillende achtergronden en het feit dat niet iedereen Nederlands spreekt of verstaat, leidt regelmatig tot misverstanden. ‘En omdat deze groep eigenlijk de hele dag op elkaars lip zit (’s nachts slapen ze ook nog eens met twee of vier man op een kamer), ontstaan er snel irritaties die uit kunnen groeien tot meer. De mensen slapen slecht, gaan ’s nachts de tuin in en roken daar een sigaretje. Meestal ga ik even bij hen zitten en luister.
‘s Nachts in het donker is de sfeer intiemer, mensen vertellen me hun aangrijpende en verdrietige verhalen.’  

De hygiënemaatregelen gelden ook op deze locaties en cliënten gaan daar wisselend mee om. ‘Hygiëne is zo wie zo wel een issue bij deze doelgroep’, vertelt Karina. ‘Niet iedereen wast zijn handen of maakt gebruik van de desinfectiegel die er staat. Dat heeft effect op de anderen. Sommigen zijn echt heel bang om ernstig ziek te worden en dood te gaan. Zij lopen met mondkapjes voor en handschoenen aan. Anderen reageren zeer geïrriteerd wanneer ze merken dat richtlijnen niet nageleefd worden. Wanneer er iemand hoest of snottert, ontstaat er bij hen een paniekreactie en wordt diegene toegebeten uit de buurt te blijven. In het gunstigste geval, soms reageert men heftiger.’  

‘De cliënten van de daklozenopvang hebben over het algemeen weinig goede ervaringen met vertrouwen. Betrouwbaarheid en de vanzelfsprekend dat je er vanuit kunt gaan dat een ander zijn verantwoordelijkheid neemt, is er niet. Ze reageren daarom vanuit een negatief scenario, een scenario waarin ze verwachten dat de dingen hen nooit iets goeds zullen brengen. Bij de cliënten in het blijf van mijn lijf huis speelt dat ook. Alleen zijn zij in deze periode nog eens extra getriggerd door het dreigende wat dit virus met zich mee brengt. En op dreiging reageren zij onmiddellijk, zij verkeren in een soort permanente staat van angst. Het zijn getraumatiseerde vrouwen.’  

‘De grootste uitdaging in mijn werk is toch wel om ervoor te zorgen dat er geen conflicten ontstaan. Mensen met stress, wantrouwen en snel opflakkerende agressie zitten nu noodgedwongen de hele tijd bij elkaar. De rust bewaren is echt heel erg moeilijk.’  

Dat Karina niet meer voldoende aan haar eigen rust en ontspanning toekomt, is iets wat haar frustreert. Als mijn opdrachtgever belt en ik zie zijn nummer op het scherm dan denk ik: ‘Oh nee, daar kómt-ie weer…’ en als ik na enig aarzelen toch opneem begint hij zich eerst honderd keer te verontschuldigen dat hij weer een verzoek heeft. Zo wil je niet werken, maar zo is het nu wel.’  

‘Het klinkt misschien wel als al teveel ellende, maar zo is het ook weer niet hoor! Het doet me goed dat ik écht iets kan betekenen voor mensen die nu extra in het nauw zitten. Daar ben ik trots op. Mijn werk is op het ogenblik intenser, maar de gesprekken met de mensen ook. Gek is dat: anderhalve meter afstand en toch meer contact.’ 

april 2020